De dodendraad komt weer tot leven

Velen onder jullie ouders hebben wellicht al horen vertellen  over de dodendraad. Toch is dit iets waar onze kinderen weinig of geen weet van hebben.

De dodendraad was een elektrische versperring aan de grens tussen België en Nederland tijdens WO I. Met deze versperring wilden de Duitsers voorkomen dat spionnen, bezorgers van clandestiene post, verzetslui, smokkelaars en vluchtelingen maar evengoed deserterende Duitse soldaten de grens met het neutrale Nederland konden oversteken. Het was de grens tussen oorlog en vrede. 

Deze versperring werd opgericht van het Zwin in Knokke tot de voorsteden van Aken. Hij stond op Belgisch grondgebied, maar volgde niet heel nauwkeurig de grens. De grens tussen Knokke en het Drielandenpunt is bijna 450 kilometer lang. Om deze afstand wat in te korten, kwamen grote stukken Belgische grond achter de dodendraad te liggen.

Door de plaatsing van de versperring was de gewone toegang tot Nederland volledig afgesloten. Het grensverkeer nam sterk af. Dat was voor de grensbewoners bijzonder pijnlijk. Hun vrienden en familieleden leefden immers in twee landen. Alle verkeer naar Nederland werd verboden of kon enkel geschieden onder strenge Duitse controle. Bezoek aan familieleden of vrienden “aan de overkant” hing enkel af van de willekeur van de plaatscommandant die mogelijks een schriftelijke - en overigens te betalen - toestemming verleende om gedurende enkele uren of soms voor twee dagen het land te verlaten. Landbouwers die akkers of weiden aan de overkant van de versperring hadden liggen, soms op slechts een paar honderd meter van hun hoeve, moesten niet zelden kilometers omweg maken om via een poort hun velden te kunnen bereiken - als ze er al de toelating voor kregen. Arbeiders die in Nederland werkten, kregen meestal geen toelating om dagelijks de grens te overschrijden. Ze kregen de keuze: niet langer meer in Nederland gaan werken en in België blijven - zonder inkomen - of in Nederland blijven werken, maar dan moesten ze daar verblijven en kregen ze de toelating om een of twee keer per maand naar België te komen. Sommige kinderen konden niet langer naar hun vertrouwde school gaan wanneer die aan de overkant van de versperring lag: dan maar naar een nadere school of helemaal niet meer naar school.

Omdat mensen uit de grensregio in die tijd nog niet vertrouwd waren met elektriciteit kende men het gevaar niet. Daardoor vielen er heel wat doden. De Duitsers plaatsten beschermingsdraden aan weerskanten van de elektrische versperring. Ze verklaarden de grenszone tot verboden gebied en hingen er witte bordjes, waarop in drie talen stond geschreven: “Hoogspanningsleiding, levensgevaar!”. Priesters waarschuwden de gelovigen vanop de kansel voor de gevaren van de dodendraad. Leerkrachten deden hetzelfde in hun klas.

Toch bedachten de mensen in de grensgemeenten tal van manieren om toch voorbij de dodendraad te geraken. De meest interessante wijze bestond erin de Duitse grenswachters om te kopen. In ruil voor wat geld werd afgesproken om op een bepaald ogenblik de spanning op de draden gedurende een kwartiertje af te zetten. Velen zijn op die wijze aan de overkant geraakt, maar velen werden ook verraden door de grenswachter waarmee was afgesproken. Daarnaast kon men proberen de versperring te ontwijken door bijvoorbeeld door een duiker, riool, afvoerbuis of kanaaltje onder de versperring te kruipen. Vaak maakte men ook gebruik van stokken die aan de bovenzijde een geïsoleerd U-profiel hadden: daarmee kon men de onderste draad een tiental of twintigtal centimeter naar omhoog duwen, zodat er meer plaats was om er onderdoor te kruipen. Soms werd een ton, waarvan onder- en bovenkant waren weggeslagen, onder de onderste of tussen de onderste en de tweede draad geschoven, zodat men er vrij veilig door kon kruipen. Dat gebeurde ook wel eens met een mand waarvan de bodem was weggeknipt of een houten bak zonder bodem. De handigste variant hierop was het gebruik van een houten fietsvelg die tussen de onderste en de tweede draad werd opgespannen: zo ontstond een vrij brede opening waardoor zelfs onervaren lieden vrij veilig door de draden konden geraken. Interessant was het gebruik van rubber. Wanneer een rubberen mat van één tot anderhalve meter onder de onderste draad werd geschoven, konden vluchtelingen redelijk veilig op de mat gaan staan en door de draden heen kruipen, ze konden de draden zelfs vasthouden op voorwaarde dat ze met de voeten op de rubberen mat bleven staan. Tot slot was er het “passeursraam”, een houten plooibaar raam met geïsoleerde boven- en onderkant. Dat werd tussen de draden gespannen, waarna de “passeur” naar de andere kant kon kruipen.

Omwille van de ligging kreeg Moershoofde, een klein stukje België tussen het Leopoldkanaal (ten zuiden van Moershoofde) en de grens met Nederland (ten noorden ervan) van de Duitsers een speciaal statuut. De dodendraad stond vlak tegen de rijksgrens. De inwoners van de wijk, iets meer dan dertig woningen, konden omwille van de versperring niet naar Nederland gaan. Zij raakten evenmin in het dorp van Sint-Laureins, ten zuiden van het kanaal, omdat de meeste bruggen over het kanaal waren opgeblazen en het kanaal bovendien streng werd bewaakt door Duitse troepen.

2

Na heel wat onderhandelingen en op voorwaarde dat zij zelf de kosten zouden dragen, zijn de inwoners van Moershoofde erin geslaagd om de versperring te doen verplaatsen van de rijksgrens naar het Leopoldkanaal. De prachtige bomen langs het kanaal zijn hiervoor gekapt. Moershoofde kwam vervolgens in een smalle strook niemandsland achter de draad te liggen. Hoewel het gebied uiteraard bezet bleef, werd de bevolking door de Duitsers met rust gelaten. De inwoners gingen winkelen in Nederland, de kinderen gingen er naar de school, enz. Sinds die tijd noemt men de smalle strook tussen de rijksgrens en het kanaal “Klein België”.

De dodendraad werd na wapenstilstand op de meeste plaatsen afgebroken. Nu we 100 jaar verder zijn in de geschiedenis willen we de dodendraad herdenken. In samenwerking met de gemeente en Verhalis gaan we daarom op woensdagvoormiddag krokussen planten langs het voormalige traject van de dodendraad. Uiteraard zijn we niet de enige gemeente die dit doet maar nemen alle grensgemeenten deel. Zo komt in het voorjaar de dodendraad opnieuw tot leven.

Om dit project in te leiden gingen we met dit thema aan het werk in de klas. We bekeken een film over de dodendraad, gingen na welke stoffen al dan niet geleiders zijn voor elektriciteit en legden het verband tussen de vluchtelingen tijdens W.O. I en de vele vluchtelingen die nu Europa trachten te bereiken en op hun route tal van hindernissen moeten overbruggen.