Smog

Vandaag hadden we het over de luchtvervuiling. Er zijn natuurlijke bronnen van luchtverontreiniging zoals bosbranden, vulkaanuitbarstingen en zandstormen. Er zijn ook menselijke bronnen van vervuiling zoals het verkeer, transport, industrie, landbouw en huishoudens. De belangrijkste vormen van luchtverontreiniging zijn fijn stof en smog. Smog is een samentrekking van smoke en fog. Smog ontstaat wanneer er weinig wind is, helder weer en geen regen. Dan blijven vervuilende stoffen van verkeer en fabrieken in een stad hangen. Smog is heel ongezond, vooral voor ouderen, kinderen en zieke mensen. Het kan zorgen voor problemen met de ademhaling, prikogen en astma-aanvallen. Steden zoals Peking, Mexico-stad en Delhi zijn steden waar mensen steeds meer gebruik maken van mondmaskers om zich tegen deze smog te beschermen. Vandaag maakten we zelf smog. In een bokaal waarvan de binnenzijde nat werd gemaakt staken we een lont in brand. We dekten de bokaal af met aluminiumfolie met daarop ijsblokjes. Door gebrek aan zuurstof doofde de lont maar was er wel rookontwikkeling, smog dus. Zag er niet echt gezond uit. Wat kunnen wij nu doen om de luchtkwaliteit te verbeteren? Dat zochten we daarna in groepjes uit. Morgen brengen we daarover verslag uit.